Elke ochtend, stipt om acht uur, ging de deur van de kleine fietsenwinkel open. De Gouden Ketting bestond al decennia lang in een smalle straat net buiten het centrum van Breda. Het bord boven de deur was ooit glanzend goud geweest, maar de letters waren nu vervaagd en schilferig, alsof de tijd er langzaam grip op had gekregen. Achter de etalageruit, die bedekt was met een dunne laag stof, stonden oude fietswielen opgestapeld, een paar roestige kettingen hingen over een haak, en een vergeeld bordje met ‘Reparaties binnen 24 uur’ hing scheef in de hoek.
De eigenaar was een forse man met een grijze paardenstaart en een gezicht vol groeven, alsof hij net zo lang bestond als de winkel zelf. Hij had een routine die nooit veranderde. Met kalme, bijna plechtige bewegingen rolde hij elke ochtend zijn fietsen naar buiten. Eén voor één. Sommige waren gloednieuw, met glanzende frames en perfect opgepompte banden. Andere waren oud, hun zadels gescheurd, hun sturen getekend door jaren van gebruik. Kinderfietsjes met schreeuwerige kleuren, racefietsen die hun snelheid al lang kwijt waren, lompe transportfietsen met houten kratten voorop – een wonderlijke verzameling die de stoep bijna volledig in beslag nam.
Vanaf een appartement aan de overkant keek iemand toe. Dag in dag uit. Hoe de man de fietsen met een zekere toewijding uitstalde, alsof hij hoopte dat ze op een dag wél allemaal verkocht zouden worden. Hoe hij, als zijn taak erop zat, in de deuropening bleef staan, met een kop koffie in de hand, turend naar de straat. Soms leek hij ergens op te wachten. Soms leek hij gewoon tevreden met kijken.
Maar de meeste voorbijgangers liepen door. Af en toe stopte er iemand met een piepende ketting of een lekke band. Ze werden geholpen met een knikje, zonder haast, zonder verkooptrucs. Heel soms verdween er een fiets uit de rij, verkocht aan iemand die niet kon weerstaan aan de charme van een tweedehands rijwiel met karakter. Maar meestal bleef alles zoals het was.
Tegen de avond, als de winkels verderop hun luiken sloten en de straat langzaam leegliep, begon de man weer aan zijn ritueel. De fietsen werden één voor één naar binnen gereden, zonder enige haast. Alsof hij niet alleen de fietsen naar binnen bracht, maar ook de dag zelf voorzichtig afsloot. Zelfs als het regende, zelfs als de wind hard over de straat joeg, de routine veranderde nooit.
En de volgende ochtend zou alles opnieuw beginnen.






Plaats een reactie