Elke ochtend, net voordat de stad echt tot leven kwam, reed Nora haar oude, pastelgele Volkswagen-busje naar haar vaste plek op het plein. Het busje had al een heel leven achter de rug voordat ze het vond—afgebladderde lak, een motor die een eigen wil had, en een interieur dat dringend liefde nodig had. Maar waar anderen een roestbak zagen, zag Nora een kans. Een droom op wielen.

Het duurde maanden om alles op te knappen, om de geur van oude bekleding te vervangen door versgemalen koffiebonen en kaneel. Ze noemde haar busje ‘Espresso 70’, een knipoog naar de tijd waarin het gebouwd was en de jaren waarin ze zelf niet geleefd had, maar waar ze zich altijd mee verbonden voelde.

Het plein waar ze stond, in een levendige wijk vol culturen, voelde als de perfecte plek. Hier kwamen mensen samen—voor een praatje, voor boodschappen, voor een moment van rust. En langzaam begonnen ze haar te vinden. Eerst aarzelend, dan met steeds meer vertrouwen.

Omar, een bakker van de Marokkaanse winkel om de hoek, was een van haar eerste vaste klanten. Hij bestelde elke ochtend een cappuccino, althans, dat probeerde hij. “Maar alleen als je een mooi figuurtje in het schuim maakt,” zei hij altijd met een knipoog. Nora glimlachte dan en probeerde, geconcentreerd, een hartje of een blad te schenken. Het lukte niet altijd, soms leek het meer op een mislukte wolk of een omgevallen sneeuwpop, maar Omar nam de koffie altijd met een grote grijns aan.

Dan was er Maria, een oudere vrouw uit Spanje, die in haar moerstaal vertelde hoe koffie haar terugbracht naar de ochtenden in Madrid. Of Ravi, een jonge student, die standaard een dubbele espresso bestelde en haar moed insprak over haar latte art: “Over een maand zet je Picasso in dat schuim.”

De eerste keer dat ze écht een goed gelukt hart in een cappuccino zag, voelde als een overwinning. Het was alsof haar handen eindelijk deden wat haar hoofd wilde. Ze zette de cappuccino op de toonbank, keek Omar triomfantelijk aan en zei niets. Hij pakte het kopje op, bekeek het figuurtje, en knikte goedkeurend.

“Eindelijk,” lachte hij. “Nu kan ik pas echt genieten.”

Langzaam begon haar busje een vaste plek te krijgen in de wijk. Mensen kwamen niet alleen voor de koffie, maar voor de sfeer, de gesprekken, de geuren van versgemalen bonen en kaneel die zich mengden met de geur van versgebakken brood uit de bakkerij.

Nora wist dat haar droom nog maar net begonnen was. Maar elke ochtend, als ze haar busje startte en het plein opreed, voelde ze dat ze precies was waar ze moest zijn.

Plaats een reactie

meer verhalen