De tocht naar de tempel was als een reis door de tijd zelf. Eva voelde de grond onder haar voeten trillen, niet van de beweging, maar van de energie die de eeuwenoude stenen en de vervallen muren in zich droegen. De lucht was dik van de geur van mos en roest. Alles in haar wilde stoppen en de tempel rustig in zich opnemen, maar haar hart bonkte zo hard in haar borst dat het haar naar binnen dreef. Het voelde als een onweerstaanbare kracht.
Toen ze de tempel binnentrad, werd ze meteen overvallen door een soort eerbied. De ruimte was groter dan ze had verwacht, met enorme zuilen die de lucht in reikten en zich als gedempte schaduwen uitstrekte naar de met rozen bedekte muren. Het was een vreemde mengeling van verval en schoonheid. In het midden stond een groot altaar, waarop een houten doos lag. De doos was bedekt met een dunne laag stof, maar iets aan de manier waarop de doos daar lag, straalde een onverklaarbare kracht uit.
Ze trok haar hand langzaam over de scherpe rand van de doos en voelde een koele rilling over haar huid. Toen ze hem opende, voelde ze de geur van oud papier in haar neus, en haar vingers gleden voorzichtig over de vergeelde pagina’s van een oud dagboek. De naam op de voorkant was duidelijk zichtbaar: Demir. Eva liet een adem uit haar longen ontsnappen. Dit was geen toeval. Dit was haar familie. Ze wist het nu zeker. Alles viel op zijn plaats.
Ze opende het dagboek en begon te lezen. De woorden van haar overgrootvader stonden in schril contrast met de moderne wereld die Eva kende. Zijn handschrift was elegant, maar ook doordrenkt met de ernst van de tijden waarin hij leefde. Het dagboek vertelde het verhaal van een familie die eeuwenlang verborgen kennis had bewaard, kennis die zo krachtig was dat het in de verkeerde handen alles zou kunnen vernietigen.
Zijn verhaal begon bij de oprichting van de stad Piros zelf, waar zijn voorouders een oude tempel hadden gebouwd om een geheim te bewaren dat het lot van de wereld zou kunnen veranderen. Eva las over de strijd die haar voorouders hadden gevoerd om de stad te beschermen tegen diegenen die naar de geheimen zochten. De tempel was nooit volledig begrepen door de mensen van de stad; de meeste bewoners waren zich niet bewust van de kracht die er lag.
Eva’s ogen sprongen van de ene pagina naar de andere. Haar voorouders hadden altijd geweten dat iemand ooit terug zou komen om het geheim te vinden. En nu was dat iemand zij. Het voelde vreemd om te weten dat haar hele leven mogelijk was gestuurd door een bestemming die haar niet eens had verteld dat ze een rol speelde in dit grotere verhaal. Haar familie had een cruciale rol gespeeld in het beschermen van de stad, en nu was het aan haar om de laatste en grootste geheimen van Piros te onthullen.
Het dagboek eindigde abrupt. De laatste zin was: “De sleutel ligt diep verborgen onder de stad. Wanneer de tijd rijp is, zal de erfgenaam de kracht vinden om het te gebruiken. Jij, Eva, bent die erfgenaam.” De woorden raakten haar diep. Dit was geen gewone ontdekking, dit was haar bestemming.






Plaats een reactie