Lotte was trots op haar fiets. Het was misschien niet de nieuwste of mooiste, maar hij bracht haar overal. Door de stad, naar haar werk, naar haar vriendinnen, en op zonnige dagen zelfs een stukje langs de rivier. Hij was haar vrijheid op twee wielen.

Op een dinsdagochtend zette ze hem, zoals altijd, op slot voor de supermarkt waar ze werkte. Ze gaf nog een kleine ruk aan het stuur om te checken of hij stevig vaststond, knikte tevreden en liep naar binnen.

Haar werkdag verliep zoals gewoonlijk: schappen vullen, klanten helpen, een paar oude bekenden groeten. Maar toen haar shift erop zat en ze naar buiten liep, bleef ze abrupt staan. De plek waar haar fiets had gestaan, was leeg. Alleen het kapotte slot lag er nog.

“Nee… niet weer,” mompelde ze.

Haar maag kromp ineen. Pas drie weken geleden was haar vorige fiets gestolen. Toen had ze met moeite een tweedehands fiets kunnen kopen van haar spaargeld. En nu was die óók weg.

Lotte zuchtte diep en begon te lopen. Haar huis lag op een halfuur fietsen, wat nu minstens een uur lopen betekende. Onderweg baalde ze. Niet alleen van het verlies van haar fiets, maar ook van het gevoel van machteloosheid. Waarom moest het haar twee keer overkomen?

Thuis aangekomen deelde ze haar frustratie met haar vriendin Sophie. “Misschien moet je een elektrische step kopen,” grapte Sophie. “Minder kans dat die wordt gestolen.”

Lotte glimlachte flauwtjes. “Als ik het geld had, misschien. Maar nu moet ik weer sparen. En ik háát afhankelijk zijn van anderen.”

De volgende dag ging ze met de bus naar haar werk. Haar collega’s merkten meteen dat er iets was.

“Je ziet er niet blij uit,” zei Kevin, die al jaren in de supermarkt werkte.

“Mijn fiets is weer gestolen,” zuchtte Lotte. “De tweede keer in drie weken.”

Er werd instemmend geknikt en meelevend gemompeld. Maar in plaats van alleen maar medelijden te tonen, kwamen haar collega’s in actie.

“Ik heb nog een oude fiets in de schuur,” zei Sanne. “Hij is niet perfect, maar hij rijdt prima.”

“Ik heb een stevig kettingslot dat ik niet gebruik,” voegde Kevin toe. “Die mag je hebben.”

Lotte keek hen verbaasd aan. “Dat meen je niet.”

“Tuurlijk wel,” zei Sanne lachend. “Niemand zou twee keer in zo’n korte tijd zonder fiets moeten zitten.”

Diezelfde avond fietste Lotte weer naar huis – op haar ‘nieuwe’ fiets. De trappers kraakten een beetje, en de lak was hier en daar versleten, maar hij reed als een zonnetje.

Terwijl de wind door haar haren waaide, besefte ze iets belangrijks. Ja, ze had pech gehad. Maar door die pech had ze ook ontdekt hoeveel goede mensen er waren. En dat was uiteindelijk veel waardevoller dan een fiets.

Plaats een reactie

meer verhalen