Ze stond al drie keer voor de deur van de tattooshop, maar was telkens weer omgedraaid. Niet omdat ze bang was voor de naald — die angst had ze lang geleden overwonnen — maar omdat deze tatoeage iets anders was. Geen impuls, geen mooi plaatje van Pinterest. Dit was iets wat ze voelde. Diep vanbinnen. En dat maakte het zoveel spannender.

Op een grijze woensdagmiddag stapte ze dan eindelijk naar binnen. De geur van inkt en ontsmettingsmiddel hing in de lucht, samen met het zachte gebrom van een tattoomachine ergens achterin. Ze wist niet wat haar meer kippenvel gaf — de geur of haar zenuwen.

Achter de balie zat een man van een jaar of vijftig, met zilveren ringen om al zijn vingers en een glimlach die tegelijkertijd stoer en zacht was.

“Jij bent er vaker voorbijgelopen, hè?” zei hij zonder op te kijken van zijn schetsboek.

Ze knikte. “Hoe weet je dat?”

“Ik kijk altijd uit het raam. De mensen die twijfelen, zijn vaak de mensen met het mooiste verhaal.”

Ze slikte. “Ik denk dat ik klaar ben.”

Hij gebaarde naar een stoel. “Vertel maar.”


Haar naam was Luna. En de tatoeage die ze wilde, was klein: een halve maan met een paar sterretjes eromheen. Maar de reden waarom ze die maan wilde… die zat diep.

Toen ze acht was, lag ze elke avond op het balkon met haar opa. Hij wees haar de sterren aan en vertelde verhalen over de maan die nooit sliep, over hoe ze altijd over je waakte, zelfs als je je alleen voelde. Toen hij ziek werd, werd ze zijn maan. Ze zette een lampje in zijn kamer, precies zo een als op haar nachtkastje, zodat hij wist: “Ik ben er nog.”

Hij overleed toen ze negentien was. Sindsdien had ze nooit meer echt naar de maan gekeken.

Tot een maand geleden. Midden in de nacht was ze wakker geworden, met tranen zonder reden, en toen ze uit het raam keek… hing daar de maan. Vol en helder. En ineens voelde het alsof hij daar weer lag. Zoals vroeger.


De tattoo-artiest had geluisterd zonder haar ook maar één keer te onderbreken. Toen ze klaar was met praten, stond hij op en pakte zijn potlood.

“Ik ga precies dát vangen,” zei hij.
“Wat?”
“Het gevoel. Dat je nooit alleen bent, zelfs als iemand er niet meer is.”

De tatoeage was klein. Fijn getekend. De halve maan had een subtiel gezichtje, bijna onzichtbaar. De drie sterren waren net vlekjes, als herinneringen die net blijven hangen. Maar Luna voelde iets veranderen toen het af was. Alsof het verdriet iets zachter werd. Alsof haar opa haar hand vasthield, daar op dat moment.

Toen ze naar buiten stapte, keek ze voor het eerst in lange tijd weer echt omhoog.

En de maan glimlachte terug.

Plaats een reactie

meer verhalen